Direct naar artikelinhoud

‘Ik heb ook een geheim,’ zei ze. ‘Ik ben met Alexandr naar bed geweest, maar die is dood’

Irina was net veertien geworden en keek of ze hem zag staan tussen de soldaten die terugkwamen.

Haar oortelefoontjes deed ze uit, maar ze bleef doorzingen.

Om te wennen aan je dood, om te wennen aan je dood, ben je alle nachten, steeds in mijn gedachten en hou ik me groot. Want voor mij blijf je eeuwig leven...” Ze neuriede de laatste woorden.

Haar vriendin Petra stond opeens naast haar.

“Zal ik je een geheim vertellen?” vroeg Petra die het antwoord niet afwachtte. “Ik ben met Pjotr naar bed geweest. En nu denk ik dat ik zwanger ben... of word...”

Irina voelde haar hart van paniek pompen.

“Ik heb ook een geheim,” zei ze. “Ik ben met Alexandr naar bed geweest, maar die is dood.” Ze verzon dit en hoopte dat haar vriendin dat niet zou merken. Ze begon meteen te huilen, niet om Alexandr die ze helemaal niet kende, maar omdat Petra met Pjotr naar bed was geweest.

“Alexandr wie?” vroeg Petra.

“Die ken je niet. Een zoon van een vriend van mijn vader.”

“En daar ben je mee naar bed geweest?”

“Ja, en nu is hij dood...” Ze merkte dat ze echt moest huilen.

Van de weeromstuit liet Petra haar tranen ook de vrije loop.

“Mijn neef is ook dood,” zei Petra terwijl haar make-up aan het uitlopen was.

“Mijn neef is ook dood,” antwoordde Irina. “En onze buurman is dood en mist een been.”

“Hè trut, hoe kan dat nou? Hij mist een been of hij is dood.”

“Echt. Hij had eerst z’n been verloren en toen ging hij dood.”

Petra haalde haar schouders op.

Soldaten, nauwelijks drie, vier jaar ouder dan zij, liepen langs de meisjes en keken ze aan. Petra lachte terug, maar Irina durfde niet en keek naar de grond.

Toch vroeg ze zich af of ze Pjotr nog zou zien, op wie ze een jaar geleden verliefd was geworden en die nu met Petra naar bed was geweest.

“Hij moet ook dood,” zei ze per ongeluk hardop.

“Wie?” vroeg Petra.

“Een van de leraren van mijn school.”

“O, die Mischa? Wat een stuk is dat. Waarom moet hij dood?”

“Gewoon,” zei Irina.

De meisjes namen afscheid van elkaar en Irina liep naar huis.

Daar hoorde ze haar moeder met haar vader bellen.

“Papa leeft nog,” zei haar moeder.

Irina dacht aan Pjotr. Wat als hij zou sterven? Ze huilde omdat ze hem had doodgewenst, maar ze wenste hem toch dood.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Drie keer per week lees je hier zijn column. Lees alle columns van Theodor Holman terug.

Reageren? t.holman@parool.nl

Help ons door uw ervaring te delen: