Hulpverleners van Unicef moeten onmogelijke keuzes maken in Gaza: welk kind help je? ‘Dat is niet uit te leggen’
320 kinderen dood, 609 gewond. En al vier weken geen enkele vorm van humanitaire toegang. Voor Unicef Nederland is hulp verlenen in Gaza nog moeilijker geworden. ‘Er is zoveel meer nodig.’
Sinds Israël op 18 maart het staakt-het-vuren beëindigde en hevige bombardementen en grondoperaties in de Gazastrook heeft hervat, zijn minstens 320 kinderen gedood en 609 gewond geraakt. Dat komt neer op een dagelijks gemiddelde van ongeveer honderd kinderen die zijn gedood of verminkt in de afgelopen tien dagen, zo meldt het internationale kantoor van Unicef. Volgens een Arabische nieuwszender sterft elke drie kwartier een Palestijns kind.
“Ik weet niet eens meer wat ik moet zeggen. Hoe is het mogelijk dat we dit gesprek – na anderhalf jaar bombardementen – wéér moeten voeren?” zegt woordvoerder Wouter Booij van Unicef Nederland. Daar zijn ze verbijsterd over de aantallen, en over het feit dat Gaza überhaupt nog steeds met deze situatie te maken heeft.
Volgens directeur Catherine Russell worden kinderen opnieuw meegesleurd in een cyclus van dodelijk geweld en ontbering. “Alle partijen moeten hun verplichtingen onder het internationaal humanitair recht nakomen en kinderen beschermen.”
De laatste Israëlische militaire acties hebben honderden Palestijnen gedood, voornamelijk burgers. Hoewel de schendingen werden veroordeeld door tal van landen en mensenrechtenorganisaties, blijft de VS Israël steunen en gaan de bombardementen door. Sinds oktober 2023 heeft Israël, volgens de Palestijnse gezondheidsdienst, meer dan vijftigduizend Palestijnen gedood, voornamelijk vrouwen en kinderen.
Humanitaire crisis
Het Haagse kantoor van Unicef krijgt veel reacties van bezorgde Nederlanders. Niet alleen van activisten, maar van mensen uit alle hoeken van de samenleving. Velen stellen dezelfde vraag: hoe kan het dat we in deze eindeloze herhaling van rampspoed en kinderleed blijven hangen? “Dit is een humanitaire Groundhog Day,” zegt Booij. “En dan stel ik me de kinderen daar voor. Hoe voelen zij zich? Wat doet het met een kind als het wekenlang geen eten, water of medische zorg krijgt?”
“Dit gebeurt al achttien maanden. Over de ruggen, hoofden, benen van kinderen. Deze humanitaire crisis duurt al zo lang, niemand zegt ‘tot hier en niet verder’. De waarheid is: niemand begrijpt dit nog. Niemand kan rechtvaardigen dat je tegelijkertijd kinderen bombardeert én elke vorm van hulp de toegang weigert. Dat vraagt het onmogelijke van mijn collega’s ter plaatse. Die proberen onder absurde omstandigheden nog steeds iets voor elkaar te krijgen.”
Na het staakt-het-vuren gingen veel Gazanen terug naar waar ze vandaan kwamen. Waar eerder mensen samen op één plek zaten, zoals in Rafah, waardoor waterpunten, onderwijs en noodhulp nog redelijk konden worden georganiseerd, zijn nu veel mensen verspreid. 142.000 Gazanen zijn wederom ontheemd, sommigen al voor de derde keer.
Gruwelijke realiteit
Booij: “De humanitaire crisis heeft zich over het hele gebied verspreid. Dat maakt hulp verlenen nóg moeilijker. En ja, dat gaat weer nieuwe slachtoffers kosten. Kinderen gaan dood aan dingen die je makkelijk kunt voorkomen: ondervoeding, vervuild water, gebrek aan medische zorg. Wij hebben nog een paar voorraden liggen in onze opslag, maar dat is minimaal. En dus moeten collega’s dagelijks keuzes maken die niemand zou moeten maken: wie krijgt nog therapeutische voeding, en wie helaas niet? Normaal help je álle kinderen in kritieke toestand. Nu moet je daarin selecteren. Dat is niet uit te leggen, maar het is wel de gruwelijke realiteit.”
Unicef staat bekend om succesvolle vaccinatiecampagnes en schoon drinkwater in oorlogs- en rampgebieden. Maar in Gaza loopt de organisatie ook hierin vast. Er zijn waterzuiveringsinstallaties, maar die werken nauwelijks vanwege stroomonderbrekingen of omdat ze zijn beschadigd door bombardementen.
“Al maanden proberen we toestemming te krijgen om te repareren – tevergeefs,” zegt Booij. “Nu ondersteunen we een kleine, particuliere installatie in Gaza-Stad. Daarmee verspreiden we in vrachtwagentjes water naar het noorden. Dat is goed, maar het blijft houtje-touwtje voor twee miljoen mensen in acute nood. Er is zoveel meer nodig. En niet morgen, maar nu.”
Lees ook
Geselecteerd door de redactie