Direct naar artikelinhoud

Deze asielzoekers voelen zich weer mens door de taalvrijwilligers. ‘Belachelijk, dat lintjesgedoe’

Jo Klein Geltink met Mohammed.
Jo Klein Geltink met Mohammed.foto Koen Verheijden

‘Lintjesgate’ dreunt nog na bij de taallesvrijwilligers van het azc in Zutphen. Maar ook zonder koninklijke lintjes of minister Faber weten zij wel hoe nodig ze zijn.

Mohammed (25) tikt kort met zijn vinger tegen zijn hoofd. “Mijn hoofd zit vol met stress. Op mijn kamer maak ik me alleen maar zorgen om mijn broertje en mijn familie. Bij deze taalles is dat even weg.”

Hij is vandaag de enige leerling van vrijwilliger Jo Klein Geltink (70) op het azc in Zutphen, waar 740 mensen wonen. Hij komt elke week. De lessen van vrijwilligers zijn alleen voor mensen die nog niet weten of ze in Nederland mogen blijven. Vaak ziet Klein Geltink dat vluchtelingen na een positief oordeel van de IND ineens veel sneller leren. “Dan gaan ze als een speer!”

De lessen gaan niet om grammatica, maar vooral om weerbaar te worden: dat ze op straat gedag kunnen zeggen, dat ze weten wat ‘fijne dag nog’ betekent, dat ze zich in een winkel kunnen redden, dat ze er durven te zijn, meedoen in deze wereld, legt Klein Geltink uit.

Voor haar neus ligt een folder van een supermarkt, die ze als onderdeel van de les doorneemt met Mohammed uit Sierra Leone, die net als de andere vluchtelingen om privacyredenen niet met zijn achternaam in de krant wil. Af en toe breekt er een lachje door op zijn gezicht, als Glein Geltink een grapje maakt.

‘Heb je dat echt nodig om je achterban tevreden te houden?’
Jo Klein Geltink

“Nou Jo, je krijgt geen lintje hoor!”, riep iemand gisteren naar haar. Dat zou haar niets uitmaken. Maar dat minister Faber weigerde te tekenen, vindt ze wel heel erg. Dat dit vrijwilligerswerk politiek gemaakt wordt. “Zo kinderachtig. Hoe kun je dat nou doen? Heb je dat echt nodig om je achterban tevreden te houden?”

Aan de geopolitiek kan zij niets doen, dus doet ze in het heel klein wat ze kan. Ze geeft les en probeert voor deze mensen die zoveel ellende en stress hebben ‘een lichtstraaltje, een zonnestraaltje’ te zijn.

‘Ik hou van mijn docent’

Een klas verderop zit een groep vrouwen, ze lachen en kletsen met elkaar. Ze krijgen les van vrijwilliger Guustha Simonis (71). Niet iedereen spreekt al even goed Nederlands. Berna, ooit lerares Frans in Irak, zegt goed articulerend en heel langzaam: “Ik hou van mijn docent”. Iedereen lacht.

Guustha Simonis met haar leerlingen. Links Rayhan en Berna.foto Koen Verheijden

Niajma vindt het fijn met andere vrouwen te praten. Weer een ander noemt de ‘ontspanning’, omdat er al zoveel moeilijks in hun levens is. Rayhan, een jonge Iraakse vrouw, heeft in korte tijd een beetje leren lezen en schrijven. Ze glimlacht dankbaar en haar duim gaat kort omhoog. “In Irak waar ik woonde mochten meisjes niet naar school.”

‘In Irak waar ik woonde mochten meisjes niet naar school’
Rayhan

Weer een andere vrouw, die haar naam wegens gevaar voor eerwraak niet kan noemen, zegt dat ze zoveel positiviteit krijgt van Simonis, dat maakt haar dag goed. “We hebben dit heel erg nodig.”

Simonis zelf doet het vrijwilligerswerk nu vijf jaar. Ze wil mensen helpen. “Stel je voor dat je zelf in een Arabisch land terechtkomt, dan zou je toch ook willen dat iemand je ziet staan en helpt?”

Het hele lintjesgedoe, daar heeft ze geen goed woord voor over. “Belachelijk. Is er iemand die het niet belachelijk vindt?”

Zij laat zich er niet door weerhouden of demotiveren. “Ik zit in een bubbel waar ik niet hoef uit te leggen waarom ik dit doe. Ik hoef me niet te verdedigen.”

Niet te betrokken raken

Elke dinsdag zijn de vrouwen al een halfuur voor de les begint aanwezig, zo graag willen ze. Simonis krijgt er veel voor terug. Ze wijst naar haar bureautje, waar een pakketje op ligt. “Los van alle dankbaarheid, maken ze van alles. Dat is eten dat een Chinese dame voor me heeft gemaakt.”

Ze kijkt even kort op: “Je moet oppassen dat je niet te betrokken raakt, want je weet dat ze toch weer moeten verhuizen”.

Even later komt Jo Klein Geltink de klas in. ‘Juf goed!’ lacht Fatuma, een van de vrouwen, en drukt haar tegen zich aan.

Fatuma met Jo Klein Geltink en Guustha Simonis.foto Koen Verheijden

Klein Geltink hoorde van haar leerlingen dat zij hen weer mens heeft gemaakt. Omdat ze bij de IND een nummer zijn. Een andere leerling zei dat zij op haar moeder leek. Klein Geltink vroeg waar haar moeder dan was. Nu knippert ze even met haar ogen. “Die was dus dood. Verdronken, overboord geslagen bij de overtocht.”

De gegevens van de vluchtelingen zijn bij de hoofdredactie bekend.

Lees ook:

Faber weigert te tekenen voor lintje vrijwilligers asielhulp

Vijf vrijwilligers in de asielhulp verdienen wat minister Faber (Asiel) betreft geen lintje.

Help ons door uw ervaring te delen: