Volkorenbrood: (ultra)bewerkt, maar nog steeds vooral gezond
Vorige week schreef ik in het kader van zorgvuldigheid omtrent de discussie over ultrabewerkt voedsel dat volkorenbrood tot die categorie behoort. Ik werd terecht gewezen op het feit dat dit niet helemaal juist is.
De ironie van zelf een fout maken in een column die oproept tot nuance en zorgvuldigheid, ontgaat mij uiteraard niet. Volkorenbrood valt in principe in de categorie van bewerkt voedsel en in sommige gevallen, als er nog bepaalde hulpstoffen aan worden toegevoegd, in de ultrabewerkte categorie. Maar het belangrijkste: dat het bewerkt is, betekent niet dat het ongezond is. Iets wat er bij sommigen nogal lastig in blijkt te gaan in het kader van niet alleen volkorenbrood, maar volkorenproducten an sich.
Zo roept oermensprofeet Richard de Leth te pas en te onpas dat we volkorenbrood moeten mijden als de pest, omdat de mens niet goed geëvolueerd zou zijn om granen te eten. “Een mens dat brood eet, is als een leeuw die gras eet”, voegt hij daaraan toe. De oermens at het niet, dus jij moet er ook vooral bij uit de buurt blijven, is de logica. Uit opgegraven tandresten van Neanderthalers blijkt echter dat we al zo’n 45.000 jaar graanproducten eten.
Volkorenbrood krijgt het daarnaast vaak te verduren omdat er fytinezuur in zit, een stof die je terugvindt in de buitenste laag van graan. Fytinezuur wordt door de orthomoleculaire holismehoek stelselmatig een ‘anti-nutriënt’ genoemd. Het bindt zich in de darmen namelijk aan mineralen als ijzer en calcium, waardoor deze minder goed worden opgenomen.
De holistische fopgoeroes zoomen juist te kwader trouw in
Dat is feitelijk juist, maar tegelijkertijd misleidend. Deze belemmerde opname door fytinezuur is namelijk minuscuul. Daarom weegt het op geen enkele manier op tegen de gezondheidsvoordelen van volkorenbrood. Of tegen de gezondheidsvoordelen van fytinezuur an sich, dat bijvoorbeeld ook een natuurlijke antioxidant is en zich tevens bindt aan schadelijke stoffen.
Toch wordt er op basis hiervan over volkorenbrood beweerd dat het barst van de ‘anti-nutriënten’, een term die op zichzelf al afschrikt. Ik benoemde het al eerder en ik benoem het maar nogmaals: het zijn immer de holistische, zelfbenoemde fopgoeroes die enerzijds altijd claimen naar het grotere geheel te kijken en anderzijds stelselmatig te kwader trouw inzoomen op specifieke stofjes in hartstikke gezonde voeding, in plaats van naar het gehele product te kijken.
Of zoom nog verder uit en kijk naar de gehele bevolking. Nederlanders eten structureel te weinig vezels en volkorenproducten zitten nou net tjokvol vezels. Een fantastische oplossing, dus. Sterker nog, ik ga ’m gewoon maken, een broodnodige. Een beetje gezondheidsexpert zou vooral een voedingspatroon aanraden waar juist brood in zit, in plaats van het aanhoudend af te fakkelen. Mensen met voedingsintoleranties en allergieën uiteraard even buiten beschouwing gelaten.
Orthomoleculaire koekenbakkers die volkorenbrood aanhoudend neersabelen op basis van krakkemikkig gezwatel over evolutie of op basis van een enkel stofje, hebben geen belegde boterham met kaas gegeten van voeding of gezondheid. Het zijn geen experts, snappen niet hoe ze onderzoek moeten interpreteren en hebben geen weet van de chemische werking van bepaalde stoffen. Tsja, misschien is het ook niet zo gek dat juist zij zich beroepen op leugens, angst zaaien en misleidende verkooptactieken. Bij hen moet ook brood op de plank.
Adriaan ter Braack is wetenschapsjournalist, schrijver en podcastmaker. Hij is auteur van ‘Eigen onderzoek eerst’, over kwakzalverij en pseudowetenschap.